14-11-2009: Nesseloop, Rotterdam, 14 km
Vlak bij mij in de buurt wordt al bijna tien jaar lang gebouwd aan de nieuwe Rotterdamse wijk Nesselande. En alsof die mensen het al niet zwaar genoeg hebben om tussen de hijskranen en het bouwverkeer door ook nog eens elke keer naar die typische exemplaren van de Nederlandse bouwstijl te moeten kijken, hadden ze daar niet eens een winkelcentrum. Er was wel een Albert Heijn en er waren ook nog een paar andere piepkleine winkeltjes, maar allen waren ze gehuisvest in van die hele treurige bouwketen. Die waren oorspronkelijk bedoeld als tijdelijk, maar de bouw van het echte winkelcentrum werd steeds maar uitgesteld en uitgesteld en toen ze eindelijk begonnen waren, schoot het maar niet op.
Maar binnenkort is het dan eindelijk zo ver. Dan mogen de Nesselandse hardlopers hun sportdrankjes gaan kopen in een echte supermarkt in een echt winkelcentrum. En om dat te vieren hadden ze afgelopen weekend een wedstrijdje om de Zevenhuizerplas georganiseerd. Helemaal gratis mocht je één of twee rondjes afleggen, te weten zeven of veertien kilometer. Ik koos voor de laatste optie.
Helemaal voluit wilde ik echter niet gaan. Veertien kilometer is toch niet echt een courante afstand en bij een goede tijd zou ik alleen maar balen dat het allemaal net een kilometer te kort was. Het eerste rondje wilde ik het daarom relatief rustig aan gaan doen, om in het tweede rondje wat tijd goed te maken. Door de geringe opkomst bij de 14 kilometer speelde ik nog even met de gedachten om voor een goede klassering te gaan, maar toen zich direct na de start ver voor mij een groepje van een man of zes, zeven vormde, liet ik ook die gedachte gaan. Meteen daarna werd ik door nog een deelnemer van de 14 ingehaald, maar dat leek me meteen een mooi richtpunt voor het tweede rondje.
Het eerste rondje was een makkie. Zo'n tweehonderd meter voor ons was de zeven kilometer gestart en zo kon ik mezelf groepje voor groepje naar voren werken. Wel maakte ik me wat zorgen over mijn toekomstige richtpunt, want die liep gewoon lekker door waardoor ik in het tweede rondje flink aan de bak zou moeten om dat gat dicht te lopen.
Bij het ingaan van het tweede rondje werd het opeens heel rustig. Alle zeven kilometer lopers voor me waren nu gestopt en mijn persoonlijke richtpunt was alleen nog maar te zien op de lange rechte stukken. Achter mij liepen nog wel wat veertien kilometer lopers, maar na mijn eerste versnelling waren ook die al snel uit zicht verdwenen. Nu ging het alleen nog maar tussen mij en mijn richtpunt.
Bij het einde van het eerste rondje had ik al gezien dat mijn richtpunt ongeveer een minuut voorsprong op me had. Ik zou dus flink moeten versnellen om dat in het tweede rondje nog dicht te lopen, maar ik ging er vanuit dat dit wel te doen moest zijn. Tot dan toe had ik immers tien seconden per kilometer verloren, maar nu zou ik gewoon per rondje twintig seconden sneller gaan en volgens die logica zou ik er dan bij de finish weer voorbij kunnen.
In theorie leek dat allemaal zo makkelijk, maar in de praktijk was het allemaal wat lastiger. Bij de improvisorische meetpunten die ik in gedachten had, merkte ik wel dat ik enkele seconden aan het inlopen was, maar optisch gezien bleef het verschil tussen ons hetzelfde. Langzamerhand begon ik dan ook steeds meer respect te krijgen voor mijn richtpunt. Vrijwel geen spoor van verslapping. Knap hoor. Halverwege dat tweede rondje was ik zelfs helemaal niet meer zo zeker van mijzelf. Misschien zou mijn richtpunt me gewoon voor blijven.
In de twaalfde kilometer kijkt mijn richtpunt achterom en alhoewel we nog steeds ruim een halve minuut bij elkaar vandaan lopen, hebben we voor de eerste keer oogcontact. Een teken van zwakte? Twijfel? Misschien niet, maar op dat moment komt het me goed uit en zie ik het als een extra aansporing om te proberen om dat gaatje toch nog dicht te lopen. Ik begin alleen wel te merken dat de opgebouwde reserves uit het eerste rondje langzaam aan het verdwijnen zijn.
De dertiende kilometer weet mijn richtpunt weer te herstellen. Het gat dat in de kilometer daarvoor langzaam kleiner aan het worden was, blijft nu ongeveer hetzelfde. Ik vind het nog te vroeg voor een laatste wanhoopspoging en ik bereid mezelf daarom mentaal voor op de laatste kilometer. Ik weet dat het zwaar wordt. Het laatste stuk zullen we de wind direct van voren hebben en nog steeds is het gat tussen ons zo'n twintig seconden. Ik bereid mezelf al voor op een laatste kilometer van onder de vier minuten.
Aan het begin van de veertiende kilometer lijk ik me neer te moeten leggen bij een klassering achter mijn richtpunt. Het gaat hard nu, erg hard, maar mijn richtpunt verweert zich kranig. Het gat tussen ons wordt nauwelijks kleiner.
Maar dan draaien we tegen de wind in en zie ik opeens dat mijn richtpunt het voor het eerst zichtbaar moeilijk begint te krijgen. Het tempo zakt wat in en ik kom dichterbij. Bang als ik ben voor een eindsprint, want daar heb ik echt de energie niet meer voor, neem ik nog heel even gas terug om op adem te komen. Maar dan versnel ik een laatste keer en op zo'n tweehonderd meter voor de finish loop ik er eindelijk voorbij. Niet met het enorme machtsvertoon waar ik op had gehoopt, maar een haastig naar achteren geworpen blik leert me dat het genoeg is.
Ik finish in 1 uur, 2 minuten en 2 seconden en dat is net een paar seconden voor mijn richtpunt voor wie ik tijdens dat tweede rondje steeds meer ontzag heb gekregen. Niet slecht voor een vrouw...

En zo is de superioriteit van de mannelijke kunne weer (nipt) bevestigd.
Geplaatst door: rencapy | 17 november 2009 om 10:39
Applaus! ROFL!
Geplaatst door: ronnie | 19 november 2009 om 8:52